Het principe van de hypotheek op basis van
een levensverzekering is dat u niets aflost. Aan deze hypotheekvorm
is namelijk een zogenoemde gemengde verzekering gekoppeld, die
uitkeert als u in leven bent op de einddatum van de hypotheek
of als u overlijdt vóór die datum.
Gedurende de hele looptijd betaalt u rente over de volle hypotheek.
De premie voor de verzekering bestaat uit een spaarpremie en een
risicopremie. Met de eerste bouwt u een spaarkapitaal op waarmee
u aan het einde van de looptijd de hypotheek aflost. Ervan uitgaande
dat u het volledige overlijdensrisico heeft gedekt, zorgt de risicopremie
ervoor dat uw nabestaanden, mocht u onverhoopt eerder komen te
overlijden, niet met een schuld blijven zitten.
Als u aan een levenhypotheek begint, moet u er vrij zeker van
zijn dat u in een koopwoning wilt blijven wonen en dat de gekozen
verzekeraar de juiste is. Overstappen naar een andere verzekeraar
en een andere hypotheekvorm is namelijk vrijwel altijd ongunstig.
Voordelen
• in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
• extra fiscaal voordeel mogelijk bij polissen afgesloten
vóór 1 januari 1992; Ten opzichte van
de hypotheekvormen met tussentijdse aflossingen:
• fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek
in stand gedurende de looptijd;
• Ten opzichte van de beleggingshypotheken:
minder beleggingsrisico: meestal heeft u een gegarandeerd
rendement; er is vaak sprake van een verzekerd kapitaal
bij leven.
Nadelen
• het garandeerde rendement is meestal vrij laag; de maatschappij
belegt de premie meestal in obligaties e.d.;
• u heeft meestal geen keuzemogelijkheid voor de belegging;
• het te bereiken totale eindkapitaal is veelal onzeker
omdat een deel van de uitkering uit winstdeling bestaat;
• de levensverzekering heeft meestal een ondoorzichtige
kostenstructuur;
• u heeft meestal geen inzicht in de waarde van de polis
tijdens de looptijd;
• meestal een minimaal verplichte overlijdens- verzekering;
• het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
• Ten opzichte van de spaarhypotheek:
minder voordelig; een lager garantiekapitaal en hoger
kosten dus een lager netto rendement;